Schriftelijkheidseis koopcontract geldt niet altijd

Printvriendelijke versie

De wet bepaalt dat een koopcontract voor onroerend goed schriftelijk moet worden aangegaan. Althans, als de kopende partij een consument is. Dat roept dan meteen de vraag op hoe dat zit als de verkoper beroeps- of bedrijfsmatig handelt.

Het onderscheid of een van beide partijen consument is of handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf blijkt bepalend bij de beantwoording van de vraag. De Rechtbank Amsterdam zag zich geconfronteerd met een verkoper die de koopovereenkomst niet wilde ondertekenen, tegenover een koper die vond dat er een rechtsgeldige koopovereenkomst tot stand was gekomen. De koper vond dat de verkoper moest leveren.

De verkoper stelde dat er geen schriftelijke koopovereenkomst was. De rechtbank ging daar niet in mee omdat de koper geen consument was, maar beroepsmatig handelde. Dat gegeven maakt de koopovereenkomst vormvrij. Het gevolg daarvan was in dit geval dat de koopovereenkomst, waarin mondelinge overeenstemming bestond over zaak, koopsom en leveringsdatum, rechtsgeldig is.

Tot aan deze uitspraak van de Amsterdamse rechtbank was het onzeker of een verkoper op basis van mondelinge afspraken met koper verplicht kon worden tot medewerking aan schriftelijke vastlegging. Aan die onzekerheid is met de uitspraak een eind gekomen.

Wilt u meer weten over mondelinge of schriftelijke koopcontracten? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Bron: OpMaat 2/5/19, 2019/0371, ECLI:NL:RBAMS:2018:8228.