Kosten van verbouwing goed geregeld in samenlevingscontract

Printvriendelijke versie

Samenwoners die hun huis gaan verbouwen, betalen de verbouwingskosten niet altijd ieder voor de helft. Zolang ze samen van hun huis genieten leidt dat meestal niet tot problemen. Maar als het stel uit elkaar gaat, maakt de partner die het meest heeft ingelegd vaak een rekensommetje, en legt een claim neer bij de ex-partner!
In veel samenlevingscontracten staat een clausule dat de partij die uit eigen middelen méér dan zijn of haar aandeel van de koopsom en kosten heeft betaald, een vordering krijgt op de andere partij. De vraag is vaak of een dergelijke clausule ook geldt voor kosten van latere verbouwingen.
De Rechtbank Noord-Holland moest onlangs oordelen in een zaak waarin de man de door hem betaalde verbouwingskosten claimde. De man verwees daarbij naar de clausule in het samenlevingscontract. Bij de beoordeling van de zaak geeft de rechter aan dat in het samenlevingscontract het begrip ‘koopsom en kosten’ is opgenomen. De Rechtbank gaat er op grond van het zinsverband van uit dat met “kosten” de kosten worden bedoeld die rechtstreeks voortvloeien uit de aankoop en niet op latere investeringen in de woning. Omdat er ook geen andere feiten en omstandigheden zijn aangevoerd waaruit een afwijkende bedoeling van het stel kan worden afgeleid krijgt de man geen gelijk.
Om te voorkomen dat er later strijd ontstaat, is het altijd goed om het samenlevingscontract regelmatig te laten aanpassen. Neem bij een aankoop of verbouwing van een nieuwe woning gerust contact op om uw samenlevingscontract eens door te spreken. We kunnen dan in overleg met u clausules over inbreng van eigen middelen aanpassen of bijwerken.

Bron: Rb. Noord-Holland 2 september 2020, nr C/15/296574 / HA ZA 19-749 (ECLI:NL:RBNHO:2020:6911).